Vinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo Slider

Calvijn

Op een ochtend, tijdens mijn toewijdingtijd aan God, drong het tot me door dat ik meer met Calvinisme te maken had dan ik voorheen besefte. Ik dacht na over het Calvinisme, omdat 2009 het Calvijn jaar is. Dit wordt groots “gevierd” in Nederland. In Dordrecht is er bijvoorbeeld een grote tentoonstelling getiteld ‘Calvijn en Wij’. Ik was niet blij met de ontdekking van de invloed van Calvijn op Nederland, op de Kerk en op mij.

Calvinisme en religiositeit hebben namelijk een groot raakvlak. Elementen als grilligheid, straf, wraak, en oordeel maakten deel uit van Calvijns levenswerk. Grilligheid zien we terug in zijn uitverkiezingsleer; God heeft van te voren bepaald wie er gered zullen worden en wie niet. De mens heeft hierin geen rol en zijn wil telt niet. Straf, wraak en oordeel spreken uit de wijze waarop Calvijn Geneve trachtte te onderwerpen aan de kerk. Zo werd op grond van zijn aanklacht een andersdenkende theoloog levend op de brandstapel verbrand en werden er in korte tijd 20 mensen ter dood gebracht op verdenking van hekserij. Ook introduceerde Calvijn de ‘Consistorie’. Dit is een kerkelijke rechtbank die gelovigen beoordeelde en bevoegd was om hen te geselen of zelfs te martelen.

Terwijl ik God dankte voor Bijbelse waarheden als: we mogen Hem vrij en vol vertrouwen naderen, we zijn lid van zijn familie, we hebben een plaats in de Hemel, we zijn verborgen in Hem, we zullen gelijk zijn aan Jezus etc, drong het tot me door dat ik deze dingen niet blanco ervoer. Ik merkte dat ik deze feiten wel geloofde, maar dat vanuit mijn jeugd, vanuit de hele cultuur het besef mee was gegroeid dat God ook een schaduwzijde heeft. Als je Calvijns invloed op een rijtje zet, komt God er niet bijzonder goed vanaf. Willekeurig, agressief, wraakzuchtig. Mijn besef van Gods goedheid leek tegen een plafond te komen, het plafond van zijn slechtheid.

Eigenlijk richtte ik me op de goedheid van God om aan zijn boosaardigheid te ontkomen. Alsof je een boze hond van je afhoudt door hem stukjes worst toe te gooien en te roepen dat het een lief beest is. De angst voor Gods agressieve kant en de inspanningen die ik ervoor deed om daaraan te ontkomen, maakten dat ik helemaal niet zo vrij en vol vertrouwen bij Hem binnen wandelde. Ik was verre van de Joodse vioolspeler in ‘Anatevka’ die roept: “Hee God, we moeten eens praten!” Ik was bang, dat als ik dat deed, ik zijn boosheid over me heen zou krijgen.

Na deze ontdekking was ik een tijd stil bij God. Alleen maar ‘zijn’ en luisteren. De woorden hieronder hoorde ik toen in mijn geest. Ik deel ze vrijmoedig, omdat ik geloof dat veel gelovigen hiermee gezegend kunnen worden.

“Je oude Godsbeeld was gebaseerd op een verwarring. Je beeld van Mij werd gevuld met een vurige, donderende God, een bovennatuurlijke heetgebakerde. Ik zeg je nu dat ik die kant wel heb, maar dat ik die kant niet BEN. Mijn donderend en verzengend vuur van toorn was en is alleen voor mijn vijanden. Dit zijn mensen die willens en wetens rebelleren tegen Mij. Voor ieder mens van toen en nu die met Mij wil leven, al is het slechts een oprechte poging vol gebreken, laat ik mijn ware aard zien: de scheppende Beschermer, de heilige, volmaakte Vader.

De verwarring waarin je opgegroeid bent, is dat mijn vurige woede een karaktereigenschap van Me is. Dat Ik een boosaardige en agressieve persoonlijkheid heb. Dat er in Mij oordeel en toorn is ten opzichte van iedereen. Deze verwarring is een duivelse leugen. Mijn tegenstander projecteerde zijn eigen aard op Mij.

Lees het oude testament opnieuw en zie hoe steeds Ik genegenheid heb gehad voor simpele mensen, hoe Ik me steeds opnieuw liet kennen, en hoe ik steeds bereid was dingen op te geven voor een ontmoeting, een gesprekje een omhelzing van mensen, hoe Ik me liet verbidden, hoe ik me uitsloofde. Bij Mij staat er een jaar van welbehagen en goedheid tegenover iedere dag van wraak.

Ik ben niet boos, Ik ben niet agressief, Ik ben niet wantrouwend. Ik ben blij, bevestigend, vertrouwend en gunnend. Mijn kinderen zijn mijn oogappels, nooit zal Ik hen onder mijn vijanden rekenen, nooit zal ik ze per ongeluk met mijn vurige bliksem treffen. Denk aan Lot, hoe Ik hem spaarde uit Sodom. Zo ga ik met mijn kinderen om, Ik zet ze apart, scheidt hen van mijn vijanden. Alsjeblieft kind van Me, laat je angst varen. Ik houd van jou.”

Mijn gebed is dat Nederland onder het juk van religie en calvinisme uit wordt getrokken. Dat de strakke helm van religie verbrijzeld gaat worden en vervangen gaat worden voor de Kroon van het Zoonschap van God. Ik bid dat de gelovigen in Nederland weer hun geestelijke waardigheid gaan gebruiken, dat ze weer gaan beseffen dat God hun wil nooit passeert. God is juist uit op vrij-WIL-lige toewijding, want dat is de enige toewijding. Ik bid dat gelovigen weer gaan denken, willen en verlangen in lijn met Heilige Geest. In de Naam van Jezus.